De ravijnenvuller

Flaptekst

Voor de derde keer betreedt Eduard Bottelaer Van Heulendonks romanpodium. Hij is een frisse zeventiger geworden en acht het moment gekomen voor het eindspel: een laatste krachtmeting met de weerbarstige existentie, die zijn nakende exit alsnog enige verheffing moet geven.
Een heilige opdracht van een tante met wie hij een innige, sensuele band heeft, brengt hem naar de Pyreneeën, naar Lourdes. De lezer ziet hem vertrekken en houdt zijn hart vast. Want zijn bestemming is ver, de bergen hoog, de kloven diep. En Bottelaer is Bottelaer… Isn’t it ironic?

Begin

VARKENS ZIJN VARKENS

En nu effe kalmpjes aan, dacht Eduard Bottelaer.
Hij was de zeventig voorbij en had, binnen dezelfde week, Outer Dark van Cormac McCarthy gelezen, en daarna Anatoli Koeznetsovs Babi Yar. Of correcter: het eerste had hij herlezen, het tweede was vers voer geweest, hem aangereikt door buurman Ganzenveer net voor hij ziek werd.
‘Verplichte kost,’ had Ganzenveer gezegd, ‘voor iedereen die Oekraïne werkelijk wil begrijpen.’
Ganzenveer was ex-leraar en zou dat blijven tot in zijn graf. Zijn medemens bij elke gelegenheid de bredere context verschaffend van wat het ook was dat zich op dat moment aandiende.

Het zou Bottelaer niet verbazen mocht Ganzenveer, net voor hij zijn levensadem uitblies, zich een laatste keer oprichten en zeggen: ‘Zijn er nog vragen?’

De reden waarom het net die twee boeken waren geworden, was simpel: ze stonden vlak boven de chaise longue waarop hij zijn griepje uitziekte. Ze vastpakken had de minste inspanning gevraagd van zijn zere, rillerige lijf dat al protesteerde als hij op een andere zij ging liggen. Een arm optillen om naar een boek te zoeken had intensieve onderhandeling vereist met nukkige spieren, en het hoogst haalbare bleek de plank net boven zijn hoofd, waar hij lukraak het dichtstbijzijnde exemplaar uit de rij had getrokken.
Een herinnering van vervlogen dorpskermissen was daarbij door zijn hoofd geflitst: grijpertjes die neerdalen in een overvloed aan snoepgoed, en ondanks zorgvuldige, bijna goniometrische planning vooraf, toch naast de chocoladereep ploffen en weer opstijgen met twee armzalige suikerbolletjes in de klauwen.

Ontvangst

‘… Ik geloof (…) dat De ravijnenvuller van Guido van Heulendonk, indien al niet geheid een prijswinnende bestseller zal worden, dan in elk geval toch, op z’n minst, een meesterwerk is dat het verdient ooit in de officiële canon van onze letterkunde opgenomen te worden.’ (Christophe Vekeman, laudatio op De ravijnenvuller, Concertzaal Miry, Gent, 3 sep 2026)

‘De ravijnenvuller is nog beter, spannender en grappiger dan het geprezen De kroon op twee pieken. De jury van de Libris is alvast gewaarschuwd.’ (Gerwin van der Werf, Trouw, 3 sep 2026 – De Morgen, 12 sep 2026)

‘Na het bijzonder strak gecomponeerde De kroon met twee pieken mocht de riem er even af bij Guido van Heulendonk. (…) Dit is puur schrijfplezier (…). Entertainments noemde Graham Greene de – in zijn ogen – vinnige niemendalletjes die hij schreef tussen het zwaardere werk door. Dat een entertainment groots kan zijn bewees de Brit met Our man in Havana, Van Heulendonk bewijst het met De ravijnenvuller.‘ (Steven Van Ammel, De Standaard der Letteren, 12 sep 2026)

‘…Want ja, heerlijke en fascinerende lectuur die Ravijnenvuller. En nee, het heeft niet het bonte van de rapsodie die De kroon met twee pieken feitelijk is. De rijkdom en diepte komen hier uit een ander domein. Het is onderhoudend, het is zwartgallig, het is een soort queeste, een ironisch ingehouden avonturenboek, een profane bedevaart.’ (Peter Nijssen, hoofdredacteur De Arbeiderspers, inleiding op De ravijnenvuller, Concertzaal Miry, Gent, 3 sep 2026)

‘Pas twee jaar geleden verbaasde van Heulendonk de literaire wereld met wat voor mij een absoluut meesterwerk was, of daar verschijnt alweer een parel van een roman. Qua opzet en compositie heel erg verschillend van De kroon met twee pieken, maar zo herkenbaar qua stijl. Vaste ingrediënten zijn de kwetsbare, ja soms wat zielige hoofdfiguur die zichzelf grote ridderlijke idealen toebedeelt (om dan grandioos te falen), de milde ironie, de bijna eindeloze verwijzingen naar liedjesteksten, verhalen, mythes, religie, anekdotes, … ‘ (Johan Vital, www.hebban.nl, 9 sep 2026)

‘Eduard Bottelaer is een levendig personage in Guido van Heulendonks roman De ravijnenvuller, iemand die zo ongeveer in alles geïnteresseerd is, maar zich aan niets bindt. Dat levert een amusant boek op, op het eind na.’ (Carel Peeters, Vrij Nederland, 8 sep 2026)

‘Dat Van Heulendonk een gouden pen heeft, is ruim bekend sinds zijn vorige roman, De kroon met twee pieken (2024), werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. (…) Uit zijn werk spreekt een vrij sombere kijk op het bestaan, terwijl de boeken zelf niet somber zijn. Dat komt door een bepaalde schalksheid tussen de regels; knipoogjes, lichtvoetige ironie, swingende associaties. Zijn proza is daardoor veel geestiger dan de stof (eenzaamheid, ouderdom, verval) doet vermoeden. (…) Alleen: waar is dit keer het verhaal? (…) Niet dat er niet genoeg te genieten is. Het eloquente, de speelse literaire verwijzingen, de humor – het zit er allemaal in. Maar het komt niet samen tot een overtuigend geheel, zoals dat bij De kroon wel zo perfect lukte.’ (Bo van Houwelingen, de Volkskrant, 3 sep 2026)

‘…de kenmerken van De ravijnenvuller en bij uitbreiding het hele oeuvre van Guido van Heulendonk op een blaadje: zwartgalligheid, existentiële onmacht en bijtende ironie. De man schrijft zoals een jager jaagt. Hij lokaliseert zijn prooi, maakt omtrekkende bewegingen, legt aan en schiet, waarna hij op het kadaver toestapt en je als lezer een groeiend inzicht krijgt hoe de vork precies aan de steel zit.’ (Marnix Verplancke, Knack Focus, 9 sep 2026)

‘… een hoogst eigenzinnig verhaal, actueel maar ook persoonlijk, volgens een associatieve maar niet onnavolgbare logica, die in z’n goedmoedigheid ronduit sympathiek is, maar je moet er wel wat geduld mee hebben. Een ravijn laat zich immers niet een-twee-drie vullen…’ (Thomas de Veen, NRC, 16 sep 2026)

‘Een boeiend verhaal is De ravijnenvuller zeker, en wat met name opvalt is dat Van Heulendonk niet alleen een hele goede schrijver is, maar ook een geestige.’ (Frits Spits, Creamradio.nl, sep 2026)

‘Met sardonisch genoegen schetst Van Heulendonk de bizarre kronkels van het lot die Bottelaer steeds verder van het rechte pad af brengen. (…Hij) vertelt ons dat allemaal in zijn eigen onnavolgbare stijl, breedsprakig, erudiet en bij vlagen ietwat plechtstatig vol archaïsche termen en met schitterende aforismen.’ (Sonja de Jong, conserve.nl, sep 2026)

‘(De ravijnenvuller) klatert en bruist, verwent al wie van taal en literatuur houdt en is ook nog eens ongehoord amusant. (…) Een rijk en opmerkelijk universeel boek. Razend knap geschreven en met stof tot nadenken op élke pagina is dit een van de romans die u dit jaar moet hebben gelezen.’ (Joris de Ruyck, Het Nieuwsblad, 7 okt 2026)